Analyse Pensioenakkoord en pensioenontwikkelingen


De vakbonden hebben ingestemd, de coalitie en oppositiepartijen PvdA en GroenLinks zijn positief. Het nieuwe pensioenakkoord lijkt breed gedragen. Maar intussen worden de rekenregels nog strenger gemaakt. Wat staat er in het akkoord en wat is de reactie van KBO-PCOB hierop? Lees in deze analyse alles over de rekenrente, buffers, premie en meer.

Bijgewerkt n.a.v. stemmingen moties op 25 juni 2019. Lees hier meer over de moties.

Indexatie noodzakelijk
KBO-PCOB is voorzichtig positief over het akkoord dat overheid, werkgevers en vakbonden hebben gesloten. Maar met de nadrukkelijke kritische kanttekening dat de rekenrente te laag dreigt te blijven door het advies van de commissie-Parameters onder leiding van Jeroen Dijsselbloem. Dit bindende advies stelt dat pensioenfondsen hogere buffers moeten aanleggen, waardoor de pensioenen minder snel kunnen groeien. Directeur KBO-PCOB Manon Vanderkaa: “In de uitwerking van het akkoord moeten overheid en sociale partners alles in het werk stellen om de zo gewenste en noodzakelijke indexatie waar te maken!”

AOW-leeftijd
Belangrijke pijler van het akkoord is het jaar van pensionering. De AOW-leeftijd wordt twee jaar bevroren op 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt deze stapsgewijs naar 67 in 2024. Daarna komen er 8 maanden bij voor ieder jaar dat we langer leven. Manon Vanderkaa: “Veel mensen, vooral in zware beroepen, kunnen de almaar stijgende AOW-leeftijd niet meer bijbenen. Het is een goede zaak dat de AOW-leeftijd nu minder snel stijgt.”

Eerder stoppen
Voor mensen met een lager inkomen wordt het voortaan gemakkelijker om eerder te stoppen met werken. Nu moet de werkgever nog een boete betalen als werknemers eerder stoppen. In het akkoord staat een vrijstelling van boetes tot een bruto jaarinkomen van 19.000 euro. Mensen kunnen toeslagen voor onregelmatig en zwaar werk voortaan belastingvrij opsparen voor eerder stoppen. Ook kunnen hiervoor 100 weken verlof worden opgespaard (dit was 50 weken). Het kabinet investeert ten slotte 800 miljoen euro om mensen te helpen gezond en werkend hun pensioenleeftijd te behalen. Hoe dit geld precies ingezet wordt, gaat per sector bekeken worden. Manon Vanderkaa: “De bestaande regelingen voor eerder stoppen met werken waren vaak te duur voor mensen met een lager inkomen en een zwaar beroep. Het is positief dat het juist voor deze groep nu makkelijker wordt gemaakt om vervroegd uit te treden.”

Lagere buffers
Pensioenfondsen kunnen straks twee contracten aanbieden: een nieuw te ontwikkelen contract, een zogeheten premieregeling met uitgebreide risicodeling, of de bestaande verbeterde premieregeling, met persoonlijk pensioenvermogen in de opbouwfase en collectiviteit in de uitkeringsfase. Welk contract een pensioenfonds kiest, bepaalt het fonds samen met de deelnemers. Generatie-evenwichtigheid is daarbij het uitgangspunt.

KBO-PCOB ondersteunt dat. Om geluk-of pechgeneraties te voorkomen, wordt in de variant ‘premieregeling met uitgebreide risicodeling’ een harde ondergrens aangehouden. Waarop die ondergrens precies komt te liggen, is nog niet duidelijk. Gedacht wordt aan een grens waarbij een tekort niet groter mag zijn dan 10 procent en een fonds niet langer dan 5 jaar in een tekort-situatie mag verkeren.

Voor welke variant ook gekozen wordt, voor beide geldt dat pensioenfondsen minder reserves (buffers) hoeven aan te houden. Hierdoor kunnen bij voldoende rendement de pensioenuitkeringen en pensioenopbouw sneller verhoogd worden (boven een dekkingsgraad van 100 procent). Tegelijkertijd betekent dit ook dat als het economisch tegenzit, de pensioenen sneller verlaagd worden (bij een dekkingsgraad van onder de 100 procent). Het pensioen gaat dus meer met de markt meebewegen en wordt in dat opzicht minder zeker.

Manon Vanderkaa: “Veel gepensioneerden hebben de waarde van hun pensioen al jaren achteruit zien hollen, met 15 tot 20 procent. In het nieuwe stelsel hoeft er minder geld opgepot te worden en kunnen de pensioenen dus sneller omhoog. Dat is positief. Daar staat tegenover dat de pensioenen in economisch minder goede tijden sneller omlaag gaan. Het pensioen wordt dus wat minder zeker en kent meer risico’s.”

Rekenrente
In de aanloop naar de nieuwe afspraken hoeven pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 100 procent niet meer te korten. KBO-PCOB heeft er in de afgelopen periode meermaals op gewezen dat korten bij een dekkingsgraad boven de 100 procent, zeker met een nieuw pensioencontract, onverantwoord en onnodig zou zijn. Goed dat de minister dit nu ook inziet. Daarentegen is het advies van de commissie-Parameters weer een forse tegenvaller voor de vele gepensioneerden die hoopten eindelijk weer een geïndexeerd pensioen te kunnen ontvangen.

Ook bij het grotendeels loslaten van de buffers, raakt indexatie uit beeld. De pensioenfondsen moeten de rekenrente (risicovrije marktrente, UFR) blijven hanteren. De argumentatie om toch vast te houden aan de risicovrije marktrente is dat er nog altijd met aanspraken gewerkt wordt en dat je daarop geen risico mag lopen. Manon Vanderkaa: “Nederland rekent met een lagere renten dan andere Europese landen. Dat deze rente nu niet omhoog gaat, is teleurstellend. Fondsen moeten dus arm blijven rekenen en komen er nog slechter voor te staan.”

De lage rekenrente is in strijd met het beoogde doel van meer perspectief op koopkrachtbehoud. KBO-PCOB blijft voorstander van een prudente, meer stabiele rentevoet (zoals de ‘macrostabiele discontovoet’).

Doorsneesystematiek afgeschaft
De pensioenfondsen hanteren bij het bepalen van de premie nu nog de doorsneesystematiek, waarbij iedereen dezelfde premie voor dezelfde pensioenopbouw betaalt. Jongeren, wier ingelegde geld langer kan renderen dan dat van oudere werkenden, betalen daardoor eigenlijk teveel premie voor hun opbouw. Lange tijd was dat geen probleem, omdat die jongeren vanzelf ouder werden en dan weer minder ging betalen.

Maar omdat mensen in hun loopbaan steeds vaker wisselen van baan, sector of zzp’er worden, breekt die fase van minder betalen steeds vaker niet aan. De sociale partners hebben nu afgesproken dit te veranderen. De opbouw van pensioen wordt leeftijdsafhankelijk, en dus gaan jongeren per ingelegde euro meer pensioenrechten opbouwen dan oudere deelnemers. De afschaffing van de doorsneesystematiek betekent wel dat er een gat ontstaan in de pensioenopbouw van mensen vanaf 40 jaar. Hoe die compensatie gefinancierd wordt, wordt per fonds bekeken en moet generatie-evenwichtig gebeuren. Bronnen hiervoor zijn bijvoorbeeld een verhoging van de premie halen, de beleggingshorizon verlengen of buffer hiervoor gebruiken.

KBO-PCOB begrijpt het afschaffen van de doorsneesystematiek vanwege de huidige arbeidsmarkt, die veel mobieler is dan in het verleden. KBO-PCOB is wel kritisch op de manier waarop de compensatie van de doorsneepremie mogelijk gefinancierd wordt. Manon Vanderkaa: “Nu ziet het er naar uit dat gepensioneerden hieraan mee gaan betalen, terwijl die hun periode van opbouw al achter de rug hebben. Uiteraard moet het ontstaan van ‘pech-en gelukgeneraties’ voorkomen worden. KBO-PCOB vindt het echter niet acceptabel wanneer gepensioneerden hier aan meebetalen als er tegelijkertijd ook niet geïndexeerd kan worden.”

Zelfstandigen
In tegenstelling tot wat de vakbonden graag wilden (en de werkgevers niet), komt er géén pensioenverplichting voor zzp’ers. Wel moeten zijn een arbeidsongeschiktheidsverzekering gaan afsluiten en wordt pensioensparen voor zzp’ers aantrekkelijker gemaakt. Voor bepaalde groepen, zoals agrariërs, kan een uitzondering op de regels gaan gelden. Manon Vanderkaa: “KBO-PCOB vindt het belangrijk dat mensen voldoende opzijzetten voor later. Uit onderzoek weten we dat mensen onderschatten hoeveel inkomen zij na pensionering nog nodig hebben. Bovendien vindt een derde van de gepensioneerden het nu al lastig om maandelijks rond te komen. We hadden daarom graag een pensioenverplichting gezien die ook voor zelfstandigen betaalbaar is. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen en het aantrekkelijker maken van pensioensparen zien we echter als een goed compromis dat ervoor kan zorgen dat zzp’ers beter beschermd zijn.”

Kostendekkende premie
Het dempen van de pensioenpremie is niet langer toegestaan. Deze moet voortaan kostendekkend zijn. Manon Vanderkaa: “Een gedempte pensioenpremie is nadelig voor de opbouw, verslechtert de vermogenspositie van het pensioenfonds en zet de indexatiecapaciteit van fondsen verder onder druk. KBO-PCOB pleit al jaren voor een kostendekkende premie en is blij dat deze er nu komt.”

Beleggen
Pensioenfondsen moeten gaan beleggen volgens het lifecycleprincipe. Dat houdt in dat zij voor verschillende generaties een verschillende risicohouding in hun beleggingsbeleid moeten gaan hanteren. Voor oudere generaties mogen zij minder risicovol beleggen. Manon Vanderkaa: “KBO-PCOB wil dat pensioenfondsen zoveel mogelijk de ruimte krijgen om goede beleggingsresultaten te behalen en dus niet verplicht worden te beleggen volgens het lifecycleprincipe. Wij pleiten ervoor pensioenfondsen ook ruimte te geven vast te houden aan een uniform beleggingsbeleid.”

Witte vlek
Er komt een aanvalsplan tegen de zogeheten witte vlek: de 830.000 Nederlanders in loondienst die geen pensioen opbouwen. Een pensioenplicht komt er niet. Manon Vanderkaa: “Het is een goede zaak dat de sociale partners en de minister plannen maken om meer mensen pensioen te laten opbouwen. Wel vragen we ons af in hoeverre een pensioenplicht niet toch nuttig zou kunnen zijn. We zijn benieuwd naar de resultaten van het onderzoek hiernaar dat minister Koolmees eerder heeft toegezegd.”

Nabestaandenpensioen
In het nieuwe pensioenakkoord wordt het nabestaandenpensioen meer gestandaardiseerd, begrijpelijker en de risico’s worden verkleind. Eén en ander wordt nader uitgewerkt na advies van de Stichting van de Arbeid. Manon Vanderkaa: “Het huidige stelsel van het nabestaandenpensioen is onduidelijk en kent onvoldoende dekking. De gevolgen daarvan kunnen groot zijn, zo weten onze leden uit ervaring. Zo komen mensen in de financiële problemen terecht als het nabestaandenpensioen ontoereikend of zelfs volledig afwezig is. Het is een goede zaak dat de sociale partners ook het nabestaandenpensioen meenemen in deze transitie. KBO-PCOB pleit voor voldoende aandacht voor dit belangrijke thema.”

Debat Tweede Kamer
Op 19 juni 2019 debatteerde de Tweede Kamer over het Pensioenakkoord. Tijdens dat debat werden maar liefst 26 moties ingediend. Een deel van die moties werd ook aangenomen. Dat bekent onder meer dat:

  • De minister ervoor moet zorgen dat werknemers ook als individu, in overleg met hun werkgever, een beroep kunnen doen op de zwareberoepenregeling en niet alleen als er voor hun sector afspraken zijn gemaakt.
  • De minister in de uitwerking van de plannen omtrent de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering van zelfstandigen nadrukkelijk rekening moet houden met de zorgen van met name laagbetaalde zelfstandigen over de betaalbaarheid van zo’n verzekering.
  • De minister De Tweede Kamer regelmatig moet informeren over de keuzes die de stuurgroep (de groep die de plannen moet gaan uitwerken) maakt.
  • De minister het SCP gaat vragen om onderzoek te doen naar de twee nieuwe pensioencontracten en vraagt daarbij specifiek te kijken naar collectiviteit, solidariteit, zekerheid voor deelnemers en adequate compensatie voor alle generaties bij de overgang naar een nieuw contract.
  • De minister de effecten van de extra investeringen in duurzame inzetbaarheid en een leven lang ontwikkelen moet gaan monitoren en de arbeidsmarkteffecten daarvan in kaart maar gaan brengen.
  • De minister een onafhankelijk extern onderzoek moet laten uitvoeren naar de uitvoeringskosten van pensioenfondsen in het oude en nieuwe stelsel en naar waarborgen voor lage kosten in het nieuwe stelsel.
  • De minister ervoor moet zorgen dat gemoedsbezwaarden niet verplicht worden een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten, maar dat zij, net als bij andere verzekeringen voor gemoedsbezwaarden, de mogelijkheid krijgen een vervangende belasting te betalen.

Verworpen moties

Moties om de AOW-leeftijd langer te bevriezen op 66 jaar en de rekenregels te versoepelen (en bijvoorbeeld de rekenrente te verhogen, een wens van KBO-PCOB) haalden het niet. Ook was er geen meerderheid voor een breed wetenschappelijk onderzoek naar het gebruik van de risicovrije rekenrente of voor een nieuw onderzoek door de Commissie Parameters. Een motie over het beter inzetten van beleggingspotentieel van pensioenfondsen voor beleggingen die ethisch verantwoord, groen en duurzaam zijn haalde het eveneens niet…