Het is niet bekend wat veroudering precies is, wat het in gang zet. Er zijn talloze verouderingstheorieën. De belangrijkste zijn een drietal theorieën.
Genetische theorieën
Genen (dragers van de erfelijke eigenschappen) zouden een doorslaggevende rol spelen bij veroudering. Na een periode van groei en ontwikkeling volgt veroudering. Deze volgorde ligt vast in een genetische code. Veroudering is dus geprogrammeerd door een soort pacemaker of biologische klok. De mens sterft wanneer het ‘zijn of haar tijd’ is.
Een andere variant is dat veroudering een gevolg is van bepaalde genen die pas op latere leeftijd een rol gaan spelen. Gedurende het grootste deel van het leven zijn ze niet actief en omdat de meeste levende wezens al lang door de gevaren van de natuur zijn gestorven, hebben deze genen geen rol van betekenis kunnen spelen. Omdat de mensen tegenwoordig aan minder gevaren blootstaan en massaal ouder worden kunnen deze genen zich wel doen gelden.
Toevalstheorieën
Talloze beschadigingen door de buitenwereld of door fouten binnen het organisme zelf kan het leven bedreigen en indien er maar voldoende schade is aangericht heeft het de dood tot gevolg. Vooral DNA-beschadigingen zouden de boosdoeners zijn. Ondanks verwoede reparatiepogingen delft het lichaam het onderspit, vooral als op oudere leeftijd dit reparatiesysteem minder werkt.
Orgaantheorieën
Het afweersysteem kan op oudere leeftijd gaan falen waardoor de mens sterft aan een te zwakke verdediging van het lichaam. Wat deze theorie weer ondergraaft is het feit dat veroudering en sterfte ook optreden bij dieren die geen of een primitief afweersysteem bezitten.
De één veroudert sneller dan de ander
Als we over oudere, maar ook jongere mensen praten, hoor je wel eens: `Wat ziet die er nog jong uit voor zijn leeftijd’. Met dat laatste wordt dan de kalenderleeftijd bedoeld. Qua uiterlijk en vitaliteit kan iemand er inderdaad veel jonger uitzien dan zijn kalenderleeftijd.
Biologisch gezien is hij dan ook jonger. Meestal zullen deze biologische leeftijd en kalenderleeftijd elkaar niet veel ontlopen. Soms kunnen er echter opvallende verschillen bestaan en kan iemand van 70 jaar er als een zestigjarige uitzien en iemand van 60 jaar als een zeventigjarige. De één veroudert sneller dan de ander.
